Een Oostendenaar over TAZ 2017

Een Oostendenaar over TAZ 2017

Het waren weer mooie dagen voor een theaterliefhebber. Ik ben bijzonder tevreden over wat ik gezien een beleefd heb op TAZ#2017, proficiat aan alle medewerkers !

Naar aanleiding van het opiniestuk van Tunde Adefioye  “Een zee van witte mensen” in de Standaard en de reactie daarop van Dominique Willaert wou ik als trouwe deelnemer van uit de begintijd wat bedenkingen maken en suggesties geven voor de volgende jaren.

Oostende dankt veel aan koning Leopold II, onder wiens bewind onder het mom van beschaving een ware koloniale genocide plaatsgreep. Het zou Oostende sieren door in ieder volgend TAZ aan dat thema in de ruime zin aandacht te besteden en een plaats te reserveren in de programmatie als een gebaar van erkenning. Een paar jaar geleden is dat al eens gebeurd met “Bato Congo” maar dat mag best meer. Het boekje “Superdiversiteit in Oostende” van Nico Maly kan wellicht hierbij van pas komen.

Er werd inderdaad meer aandacht besteed aan kansarme bevolkingsgroepen dit jaar maar helaas, de prijs van de voorstellingen wordt ieder jaar duurder. Minder voorstellingen maar in grotere locaties kunnen hier helpen, In Oostende wonen er in verhouding veel kansarmen, daar kunnen het CAW en OCMW van meespreken .
Voor veel “aangespoelden”en bezoekers uit het “binnenland” is de prijs blijkbaar geen probleem..
Oostende kent dezelfde problemen als veel andere toeristische centra, wonen in de stad wordt steeds duurder voor de gewone man terwijl de happy few de beste locaties innemen gesteund door machtige projectontwikkelaars. . De amusante bijdragen van Dikke Freddy in de Tazette slaan vaak de spijker op de kop.

Oostendse thema’s die ook eens aan bod kunnen komen in de toekomst zijn bijvoorbeeld de teleurgang van de visserij, en de vervanging door, alweer dure zeiljachten. De beroemde veerboot naar Engeland en de aansluitende verbindingen naar Duitsland en Nederland zijn ook verdwenen,

Wellicht kunnen dergelijke thema’s ook helpen om de drempel te verlagen voor Oostendenaars , zoals men in de programmatie van de GPO ook probeert te doen. Kan TAZ daaruit leren? In de begintijd van TAZ was er nog veel straatanimatie herinner ik me nog, dat helpt ook om mensen aan te trekken .

Overigens is Oostende maar een kleine stad waar het verkeer op die dagen chaotisch verloopt, denk maar aan de auto’s die geen parkeerplaats vinden en blijven rondjes maken en de fietsers die toch nog altijd onvoldoende beloond worden om Oostende leefbaar te houden .

“ Kwieke gepensioneerden” lees ik bij Dominique Willaert..; zou men ook eens willen denken aan minder kwieke oudere gepensioneerden die vaak een half uur voordien staande moeten aanschuiven om een goede plaats te vinden in een voorstelling omdat ze bijvoorbeeld hardhorig zijn… , ik hoorde meermaals van oudere deelnemers die in de tijd al van het begin erbij waren dat ze meer en meer zullen afhaken, vergeet niet dat Oostende een stad is van gepensioneerden die hun oude dag aan zee wensen door te brengen, Oostende is niet voor niets een “terminus” voor het spoor en autoweg…Sterker nog, er ontstaat een groeiende kloof tussen de jongere deelnemers en de ouderen, ook een opdracht voor TAZ als verbindende kracht?
Stof tot nadenken voor organisatoren en volgende curatoren…

P.S. Ook de jongste brief  van Joachim Ben Yakoub in Rekto:verso “Beste Tunde” is zeer lezenswaard “…om te kunnen werken aan een inclusief intergenerationele project hebben we een dialoog nodig op gelijke voet.”