Het korte leven van neef Jaak Arnoudt (1924- 1945)

Het korte leven van neef Jaak Arnoudt (1924- 1945)

I

75 Jaar geleden, een maand voor het einde van de tweede Wereldoorlog…kwam neef soldaat jaak Arnoudt, lid van de brigade Piron om het leven bij ontmijningswerken aan de Westerschelde…

Het jonge gezin Gustaaf Arnoudt en Laura Elslander met zoontje Jaak

Ik was nog maar pas drie jaar als ik Jaak leerde kennen, hij was toen 15 jaar en ging naar de stedelijke vakschool in de Noorse stallingen in Oostende.
Jaak was mijn grootneef van moederskant. Vader Gustaaf Arnoudt werkte bij de maalboot zoals zoveel Oostendenaars van bij de oude” viertorre “.
Moeder Laura Elslander zorgde voor het gezin met behalve Jaak later ook nog Maria, Roger en Simonne.
Kort voor de oorlog nam Jaak me soms mee op zijn fiets naar de haven en de scheepswerven aan de oosteroever, een magische wereld voor mij. Soms reden we op de dijk en passeerden al die hoge hotels en zagen de rijke lui die er flaneerden. Een andere keer mocht ik mee naar het strand als het vakantie was.
Mijn moeder was heel goed bevriend met haar tante Laura en een tijdje na mijn geboorte woonden ze samen in de Gelijkheidsstraat, zij op de benedenverdieping en wij op de eerste .(Zie ook het verhaal “tantes in de Oostendse zomer van 1936”)

Jaak en Maria Arnoudt in de Gelijkheidstraat

Ondertussen bedreigde Nazi-Duitsland meer en meer West-Europa en in mei 1940 werd ons land bezet.
Sommige Oostendenaars die de oorlog voelden naderen maakten plannen om te vluchten naar Engeland. Het gezin Arnoudt kon met een van de laatste boten naar Dover vluchten. De hoofdreden voor de vlucht was dat Jaak opgeroepen zou worden voor legerdienst als hij 18 werd en wellicht spoedig tegen de vijand zou moeten vechten. Nonkel Gustaaf vroeg nog of onze pa ook meewou maar met zijn kruidenierswinkel op Stene was dat te moeilijk en hij bleef met zijn gezin achter.

Laura met Maria, Simonne , ikzelf ( de oudst bestaande foto van mezelf ) en Roger

In Engeland aangekomen werden ze naar Ashton verwezen en later als het te gevaarlijk werd dicht bij Londen vanwege de Duitse bombardementen verhuisden ze naar Preston en vonden werk op een boerderij en later in een fabriek De kinderen gingen naar de dorpsschool, jongens en meisjes zaten apart. Later konden ze naar een Belgische school samen met vele andere vluchtelingen.…
Ondertussen was de oudste zoon Jaak eind 1942 18 jaar geworden en opgeroepen onder de wapens samen met andere Belgische leeftijdsgenoten.
Omdat hij technisch onderwijs genoten had werd hij ingedeeld bij de genietroepen van de pas opgerichte Brigade Piron. Hij was dus weg van huis

In juli 1943 werd dochter Jeanine geboren die een Engelse peter en meter kreeg. Jaak heeft aangedrongen bij zijn oversten om van die gelegenheid gebruik te maken om nog eens zijn ouders en familie te bezoeken, het zou laatste keer zijn dat ze hem konden zien! .
Ondertussen had hij ook een vriendinnetje leren kennen bij de Oostendse vluchtelingen. Als Jaak vertrokken was vond zijn vader het passend dat ze bij hen in het gezin opgenomen werd.

Engels leren hoorde er bij!

Een kameraad en vriend van hem vertelt…( Gilbert De Vliegher en Henri Lauwereins in First Belgian Engineers Unit  in 1genie.be)

ontmijnend aan het werk

“Op 07 oktober 1943 werden wij te Lowestoft welkom genoemd door kolonel Piron en luitenant Lefevre, deze laatste had bij afwezigheid van kapitein Smekens, het bevel over de Iste geniecompagnie. De nieuw geboren Iste geniecompagnie zou voortaan First Field Coy Engineers genoemd worden.
 
In afwachting dat wij naar een Engels kamp voor opleiding voor geniemannen zouden vertrekken, werd ons de oude werkwijze voor het leggen van bruggen met balken, metalen vaten en koorden aangeleerd. Deze werkwijze was voor de oostendenaars plezierig, daar zij zeer handig waren bij het leggen van knopen in de koorden.
 In de maand januari 1944 vertrok de First Field Eng Company naar het kamp Fullwood Barrachs te Preston. Nu volgde de echte training, deze werd dagelijks opgedreven. Het weder was zeer slecht en zeker niet onze bondgenoot, het regende dag en nacht, onze kleren kregen de tijd niet om te drogen. Het grootste gedeelte van de 7 weken training volbracht te Preston, bij de Engelse 6th Training Battalion Royal Engineers en werd besteed aan het bouwen van baileybruggen, later zou blijken dat deze harde training zeer nuttig was geweest.
Te Preston waar veel Oostendse vissers als vluchteling een onderkomen hadden gevonden, werden wij door onze landgenoten zeer goed ontvangen, vele gezinnen waaronder de familie van Jaak Arnoudt nodigden ons regelmatig uit om bij hen verse vis te komen eten.

Een baily brug aanleggen was ook hun taak

Ondertussen bij de brigade Piron…
Op 01 september 1944 wordt de Seine overgestoken, grote vlotten moeten gebouwd worden. Eens de Seine over, wordt in de richting Le Havre opgerukt. Om 17.45 uur wordt bevel gegeven de opmars richting Le Havre te stoppen, en zal een nieuwe opdracht gegeven worden. Deze luidt : oprukken richting van de Belgische grens, om deel te nemen aan de bevrijding van Brussel.
Aan kolonel Piron wordt op 02 september 1944 door de commandant van het XXXe Britse Corps medegedeeld, dat het zijn intentie is zich de volgende dag van Brussel meester te maken en de brigade Piron, onder het bevel van de “ Guards Armoured Division “ aan deze opdracht zal deelnemen.
 
De 3de september om 16.36 uur overschrijd het eerste Belgische voertuig de belgische grens te Rongy, langs Leuze, Peruwelz en Antoing gaat het naar Edingen, alwaar de tijd gegeven wordt om ons te wassen en te rusten.
Wij verlaten Edingen op 04 september 1944, overal worden wij met vreugde en op hartroerende wijze door de geestdriftige bevolking onthaald. Om 15.00 uur doet de brigade Piron zijn intrede in onze hoofdstad, deze intrede blijft een onuitwisbare herinnering.
 
Op 16 november 1944 wordt de brigade Piron afgelost en vertrekt op rust naar Leuven. De genie diende nog ter plaatse te blijven om bijstand te verlenen aan het 2de britse leger, om de vijand van het kanaal van Wessem naar de Maas terug te slaan. Na deze geslaagde aanval trekt ook de genie zich naar Leuven terug voor enkele dagen rust.Na voldoende rust te Leuven vertrekken wij in december 1944 naar Duinbergen voor de opleiding van vrijwilligers. Te Duinbergen vernemen wij tot onze grote spijt dat wij geen deel meer zullen uitmaken van de brigade Piron en de First Field Eng Coy zal ontbonden worden. Onze compagnie zal voortaan 1ste Compagnie Bevrijding der Iste Bataljon der legergenie IJzer genoemd word
Te Duinbergen kunnen de kustbewoners onder ons ten volle genieten van het bezoek aan onze families. Aan training wordt door ons oudgedienden niet veel gedaan, enkel toezien op de opleiding van de recruten.”

Even goeiedag zeggen bij oom Cyriel Elslander in Koekelare
het laatste beeld dat ik van hem heb…

Van deze gelegenheid maakte Jaak gebruik om zijn familie in de buurt van Oostende te bezoeken.
Hij kwam naar Gistel bij ons in de winkel waar moeder er alleen voor stond en ze was zo blij eindelijk haar neef terug te zien dat ze de winkel die dag sloot. Ik was erg verbaasd Jaak in legeruniform en zo veranderd te kunnen terugzien. Voor mij was hij de voorbode van de terugkeer van het gezin Gustaaf en Laura.
Jaak bezocht ook de familie in Koekelare waar zijn tante Lucie en oom Cyriel woonden. ik heb

nog een foto van hem bewaard, genomen bij de gevel van het huis van Cyriel in Koekelare.

Na de opleiding vertrekt de compagnie naar Bergen op Zoom in Nederland, daar moeten mijnenvelden door de Duitsers achtergelaten gezuiverd worden.
 
“Tijdens de ontmijningswerken te Bergen op Zoom viel in onze compagnie nog een slachtoffer. Arnoudt Jacques, een oudgediende van in Engeland, trapte tijdens het zuiveren van een mijnenveld op een mijn en werd gedood. Voor ons en in het bijzonder voor de Oostendenaars kwam dit zeer droevig aan, op 07 april 1945 sneuvelen met het einde van de oorlog in zicht, is zeer triestig.

De kist aangekomen op het kerkhof in Oostende

Doodsprentje

Strijdmakker Gilbert Devlieger ( Brigade Piron getuigenissen) vertelt:
in Bergen op Zoom moesten we een veld met “teller mines” onschadelijk maken. Antitankmijnen. Eigenlijk was het een vrij eenvoudige klus: je draaide de kop eraf, haalde er de ontsteker uit en klaar was Kees. Maar omdat er veel van die “Tellermijnen” voorzien waren van boobytraps, moesten wij ze eerst met een lang touw uit de grond trekken. Jacques Arnoudt en ikzelf hadden een“teller mine” gevonden waar iets vreemds mee was. Er lag een plankje op.
Ik wist niet waar dat plankje voor diende. Eerlijk gezegd, ik vond dit maar een vreemd geval. Ik vertrouwde het zaakje niet. “Jacques, blijf van die mijn af”.
Ik ga eerst informeren! Wat er precies is gebeurd, weet ik niet. Ik draaide mij om en de mijn is ontploft. Ze was geboobytrapt. Jacques Arnoudt werd hierbij gedood. De lijkschouwing van Soldaat Arnoudt vermeldt: verminkingen aan nek, gezicht, een ingedrukte borstkas en de linker arm afgerukt.

begrafenis in de H.Hartkerk Oostende

Het stoffelijke overschot van Jacques Arnoudt werd op 10 april 1945 van Bergen op Zoom naar Oostende ijlings overgebracht naar de H.Hartkerk nadien en begraven op het kerkhof in de Stuiversstraat.  De dood van Arnoudt was de druppel die de emmer deed overlopen. De compagnie genie zou geen enkele mijn meer uit de grond halen en deze taak overlaten aan de Duitse gevangenen. Dat voorval had me veel verdriet gedaan en ik moest steeds bij mezelf zeggen : het is oorlog,  zulke dingen gebeuren nu eenmaal.  Maar kompanen verliezen, voor mij is het nooit routine geworden. Ik heb altijd het kenteken van Jacques Arnoudt bij mij gehouden. “

Ondertussen in Engeland…

foto van jaak in het gedenkboek van de brigade Piron

Het droevige nieuws van Jaak werd per telegram besteld bij het gezin, per toeval ontdekte zijn oudste zus Maria het tussen de andere correspondentie…Moeder Laura en Maria waren niet geletterd en wachtten op de thuiskomst van vader Gustaaf die in een schoenmakerij werkte in Preston. Toen hij het bericht gelezen had huilde moeder Laura vreselijk, net als de andere kinderen en zijn vriendin.
Wat een tragisch gebeuren, wetend dat de oorlog bijna afgelopen was
Gustaaf was zo kwaad op de manier ze werden ingelicht door het Belgian Ministry of National Defence in Londen dat hij er naartoe wou gaan om dat aan te klagen…maar helaas, dat had weinig zin…Hij probeerde nog via het Rode Kruis naar België te mogen komen voor de begrafenis maar ook dat kon niet.
Bij de feestelijkheden van 8 mei 1945 toen officieel de oorlog afgelopen was in Europa was Preston er ook bij , helaas voor de familie Arnoudt was dat een nog droeviger dag!
Ze zijn dus niet naar begrafenis van hub oudste zoon kunnen gaan !

Hij kreeg een begrafenis met militaire eer in Oostende in de H.Hartkerk , de parochie waartoe het gezin dat voor de oorlog in de Molenstraat woonde. Hij werd begraven op het stedelijk militair kerkhof .

Mijn Moeder en andere familieleden zijn naar de begrafenis in Oostende geweest, ik was te jong om mee te gaan; Ze zonden een telegram naar Preston met het verhaal in het kort want brievenpost was nog niet mogelijk
Later heb ik wel zijn graf bezocht op het militair kerkhof in de Stuiverstraat
Een jaar later kreeg hij het ereteken ridder in de orde…
 

Pas in juli 1945 keerden ze terug naar Oostende . Ze verbleven eerst in het conservatorium waar de vluchtelinge werden opgevangen . Ze konden vlug voorlopig logeren bij Gustaaf zijn zus Germaine in de Molenstraat. Kort nadien kwam er een appartement vrij in de zelfde straat rechtover dat van zijn zus. Gustaaf kon dan weer gaan werken bij “de male “zoals voor de oorlog.
Ik kwam daar vaak ook omdat ik goed bevriend was met dochter Simonne die mijn leeftijd had.

Bijvoegsel :

Met dank aan de zussen van Jaak: Maria, Simonne en Jeanine

Jaarlijks heeft in het eerste weekend van oktober het «Weekend of Remembrance» plaats in OOSTENDE hier een voorbeeld.

  • Oudstrijder Raymond Borrey (foto) legde bloemen neer op het graf van zijn strijdmakker Lucien Simoen, tijdens een plechtigheid op de begraafplaats in de Stuiverstraat. Eenzelfde bloemenhulde vond plaats aan de graven van Raymond Vanremoortele, Jaak Aernoudt en Arthur Coopman, Oostendenaars die deel uitmaakten van de Brigade Piron, en bij de bevrijding sneuvelden. De hulde aan deze oudstrijders was een onderdeel van het «Weekend of Remembrance» dat georganiseerd werd door de Verbroedering West-Vlaanderen van het Nationaal Verbond der Oudstrijders van de Brigade Piron. Een samenkomst waarop de steeds schaarser wordende soldaten van de legendarische Brigade Piron nog eens herinneringen konden ophalen. Zondag werd het weekend besloten met een «Service of Remembrance» in de Engelse kerk.
    (MHO. Foto Maenhoudt

Bijvoegsel uit

“De vergeten compagnie van de“Brigade Piron”
The Belgian Field Engineers Coy”- Militaria Belgic 2015″ door Kris Michiels

“Op 18 maart nam de compagnie haar kantonnement in Bergen op Zoom. Het kabinet besliste eveneens op 18 maart dat het pas gevormde geniebataljon voortaan de naam “YZER” zal dragen. Vanaf 1 april startte het ontmijningswerk terug. “Hele mijnenvelden vol!!!” noteerde Gilbert De Vlieger.

Belgische genisten ontmijnen in Bergen op Zoom.

Op 6 april noteerde de compagnie een laatste slachtoffer van ontmijningsweken: soldaat Arnoudt Jaak van de 4de sectie.

Gilbert De Vlieger was getuige van de ontploffing:

“Eigenlijk is een tellermijn ontmantelen heel simpel. Je draait de ontsteker er af en de job is geklaard. De Duitsers durfden de mijnen wel eens boobytrappen, daarom trokken we ze er uit met een koord. Jaak had een mijn gevonden met een plankje erop. Zoiets had- den we nog niet gezien. Ik zei hem blijf er af dan kan ik ondertussen inlichtingen gaan inwinnen. Wat er gebeurd is, weet ik niet. Ik draaide mij om en de mijn is ontploft. Ze was geboobytrapt. Jaak zijn kenteken heb ik jaren bij mij gehouden. Toen ik op een dag zijn zuster tegenkwam, heb ik haar het kenteken mee naar huis gegeven.”