Koekelare revisited

Koekelare revisited

Affiche voor de filmvoorstelling in Koekelare

 

 

 

 

 

 


Naar aanleiding van het interview over mijn Koekelaarse roots tijdens de voorstelling van de documentaire “Herinneringen van een Oorlogskind” eind september aanstaande was ik onlangs weer in Koekelare. Het dorp of mag ik zeggen de stad is met het openbaar vervoer niet zo makkelijk bereikbaar uit Oostende maar familieleden die ook geïnteresseerd zijn in ons gemeenschappelijk verleden hebben me geholpen.

Onze Koekelaarse Roots

De roots van onze ouders liggen daar, vooral nu Zande ook gefuseerd is met Koekelare. Vader is geboren in Zande en moeder in Koekelare in de schaduw van de kerk dan nog.

Ikzelf heb er anderhalf jaar gewoond samen met  mijn broers en  zussen kort na de oorlog toen moeder gevlucht was naar het  ouderlijk huis na de perikelen van 8 mei 1945 .We zijn er gebleven tot vader weer vrij kwam en kort daarna werk gevonden had bij een groentenhandelaar die “de markten” deed en in Sint Pieterskapelle woonde. We verhuisden er naartoe tegen het begin van het schooljaar 1946-47 begin  september om niet weer tijdens het schooljaar te moeten verhuizen zoals we in  dat in Koekelare meegemaakt hadden.(1)(4)

De Kerkstraat

Overgrootmoeder Louise Vanaelst

Koetspoort van Piter Lanssnes met het huis van Adronie Debou en helmaal links de voordeur van Alois Debou 's huis

Koetspoort van Piter Lanssens met het huis van Adronie Debou en helemaal links de voordeur van Alois Debou’s huis

Lucie Elslander en Alois Debou bij de serre in de tuin

Verbouwd huis Adronie Debou en huis Albert Vanhoutte, het huis van Alois Debou was al afgebroken.

Adronie Debou met kinderen Diana en Albert

Pieter Lanssens onderwijzer en schrijver

img_1557

Een zeldzame foto uit WOI met zicht op het woonhuis van Alois Debou (links met witte gevel) rechts de oude koetspoort van Pieter Lanssens , vooraan herberg en boerderij “Handbooghof”

Het huis van onze grootouders waar we terecht kwamen was een rijhuis vlak bij de kerk en grootvader Alois bezat het in gedeelde eigendom met zijn zuster  Adronie. De druivenserre stond middentussen de twee tuinen maar   hij mocht er niet in, dat was de afspraak geweest bij de verkoop. Het gezin van zijn zus woonde het vlak achter  de kerk en ze hadden  een dochter Diana en een zoon Albert. Diana  hield na de dood van haar oudersdaar een winkeltje open, vooral snoep werd er verkocht voor de kinderen op weg naar school; Naast hun huis stond  de oude koetspoort van Pieter Lanssens,  wellicht een familielid via groottante Louise Vanaelst van wie moeder Anna Maria Lanssens heette. Hij was een onderwijzer die daar een kostschool had en ook een schrijver(2) . Er staat nu een gedenkplaat op de plaats waar hij gewoond had en daar woont  grootneef Albert nog. Een straat in de buurt is naar hem genoemd.

Aan de andere kant  van het ouderlijk huis woonde Sliete Annys ,een oude maar kaarsrechte vrouw die eigenlijk Juliette heette, ze was bekend voor haar zuinigheid en kweekte  geiten en varkens. Over de haag in de tuin konden we haar vaak zien en een af en toe babbeltje slaan.

Tante Gudula en tante Angèle bij de serre in de tuin

Achterkant van de kerk in Koekelare met vooraan deel van de tuin met serre

Lucie bij de keukenkant op hert koertje met de kinderwagen

Groottante Laura jongste zus van Lucie en dochter Simonne en vader Gustaaf op binnenkoertje kant van de volte

Grootvader Alois (Wiesten ) kweekte konijnen en een varkentje, en ook een geit waar grootmoeder Lucie vaak mee over straat liep om de graskant te laten begrazen nabij het kerkhof. Af en toe mochten we van de geitenmelk proeven. Het geitenhok stonk wel maar dat viel niet zo erg op, want het toilet was buiten op het binnenkoertje, er was zelfs geen deur aan, je zat gewoon op een plank met een gat erin als je “naar bachten “moest  gaan

 

Leven in het ouderlijk huis

Als je in de woonkamer binnenkwam was er eerst een houten windscherm zodat je niet direct met de deur in huis viel.  De kamer was vrij groot en hoog en vooraan bij de schoorsteen stond de “buzestove” met de kolenkit en de houtvoorraad. Op de schoorsteenbank  blonken een paar  koperen obussen van uit de Eerste Wereldoorlog, hier was de oorlog was nooit ver weg…en natuurlijk een Mariabeeld onder een stolp.

An de zijmuur  hing een grote ingelijste  prent met een oog in een driehoek en de waarschuwing:” God ziet me, hier vloekt men niet! “. Zou er in dat huis wel eens gevloekt zijn? Ik kan het me wel voorstellen met grootvader Alois …

Hij  zat vaak bij die “stove” en rookte een stevige pijp als we op bezoek kwamen met nieuwjaar of met de kermis en hij praatte  graag over politiek. Hij toonde soms een oude atlas waarmee hij de  gebeurtenissen in de wereld probeerde te duiden. tenslotte was zijn grootvader nog burgemeester geweest in Koekelare begin jaren 1800. Zijn andere hobby was op zondagmiddag naar de “Boldersclub “gaan op de weg naar de Koekelareberg .Die “berg ” was een heuveltje dat  wel 45 meter boven de zeespiegel uitstak, ik was alleen de polders gewend en dat vond ik wel merkwaardig.

s’ Winters wachtte hij zo lang mogelijk om licht te maken en liet het deksel van de stove  open zodanig dat daar ook licht uit kwam. De vlammen toverden allerlei figuren op de eiken  balken van het plafond. Als het echt donker werd kwam een petroleumlamp, de “kinkee” (van het Franse “quinquet”) te voorschijn.

Pas veel later kwam er elektriciteit in dat huis hoewel Koekelare een van de allereerste gemeenten was met een elektriciteitsnet in Vlaanderen. De aansluiting was wellicht niet nodig of te duur voor Alois. Pas in de beginjaren vijftig kwam het ervan vooral  door het aandringen van tante Gudula die ondertussen volwassen geworden was en erg graag een radiootje wou. Na lang aandringen kwam het er eindelijk van en grootvader was  uiteindelijk ook blij dat hij nu naar de nieuwsberichten kon luisteren.

Hij was heel streng en niet direct een kindervriend. Als we bijvoorbeeld met de kermis of met nieuwjaar op bezoek kwamen met de vijf kinderen moesten we op onze hoede zijn en heel stil zitten in tegenstelling met de grootouders van vaderskant…

De ruime woonkamer diende ook  als fietsenbergplaats voor kennissen uit de buurt van de afgelegen wijk Belhutte. De  boerenfamilie “Dentjes” (Ledaine ) waar ze goed bevriend mee waren mocht daar op zondag als ze ter kerke gingen hun fietsen plaatsen en op haar  beurt kreeg grootmoeder af en toe wat voor op tafel en dat was zeker het geval als het  kermis was.

Grootvader Alois en zoon Georges Koekelare kermis

Koekelarekermis

Koekelarekermis  heeft plaats op de eerste  zondag van september. Dan beginnen de dagen al behoorlijk te korten en  er werd gezegd dat de straatverlichting vanaf zeven uur in de avond aan ging,( toen was er nog geen zomeruur), Die uitspraak komt nog ieder jaar in mijn geheugen op in het begin van het schooljaar…

We mochten op de paardjesmolen zitten en proberen de “fluuze” te pakken, dan kregen we een extra rit. Die kermismuziek van een draaiorgel bleef me lang bij .Ik weet bijlange niet meer welke muziek het was maar het had zeker iets melancholisch iets dat me deed verlangen naar iets beters…nonkel Henri had een karretje gemaakt voor ons en ik draaide ermee in het rond en bad God dat hij het vanzelf zou laten rijden als op de kermis. Ik vloekte nochtans niet maar God had het veel te druk vreesde  ik…

Huis en tuin.

Maar laat ik terugkeren naar het huis. Van uit de woonkamer kwam je in de keuken met nog een echt haardvuur en een grote ketel om aardappelen in te koken, later toen er een gasfornuis aangekocht was werd die ketel gebruikt om eten klaar te maken voor het varken. Van uit  het keukenraam had je een zicht op het binnenkoertje waar Lucie en Gudula  in de warmere dagen konden  genieten van wat zon tijdens  het “spellewerken”.De potten en pannen lagen daar te drogen.

Van daaruit kon je ook via de buitendeur naar de tuin die smal maar vrij lang was en eindigde bij de muur van het  klooster. In die tuin kweekte grootvader allerlei groenten ondermeer  “persebonen “waarvoor  hij lange persen nodig had om ze samen te binden. Er stonden ook wat bessenstruiken, vooral de kruisbessen waren heerlijk en ook van het  perzikboompje wou ik altijd te vroeg plukken. De serre bleef een verboden terrein maar heel verleidelijk als je de blauwe druiventrossen zag hangen. Van uit de tuin kon je de drie kerkbeuken van de koorkant van heel dichtbij zien. De klokken maakten je s’ morgens al heel vroeg  wakker.

Van in de keuken klom je met een paar trapjes naar de voute, de slaapkamer van onze grootouders, het was een kleine kamer met een bed en een kleerkast. Tante Gudula sliep op zolder waar een slaapkamer in gebouwd was, je geraakte  er via een steile trap en een valluik.

Onder de voute lag de kelder waar het wat koeler was om de levensmiddelen te bewaren, van een koelkast was er toen nog geen sprake. Er was maar weinig comfort in het huis maar toch had het iets gezelligs en iets authentieks wat ik nu in veel huizen mis.

De overkant

Het handbooghof van de familie Vandepoele

Aan de overkant van de straat in de bocht naar de Moerestraat lag  herberg “Het Schuttershof” met een gaaipers. Daar woonde de familie Vandepoele ,”Poeltjes” genoemd in de volksmond. Hun  tuin was heel groot en de haag strekte tot  bij de onderpastorie op het einde van de straat uit.

Dat beeld  zagen onze grootouders vaak als ze op warme zomeravonden buiten voor de deur zaten en wat genoten van de avond en met voorbijgangers een praatje maakten. Alois rookte zijn pijp en Lucie had haar snuifdoos bij zich waar ze af en toe een snuifje van nam en meteen een niesbui kreeg…Ze wisselde soms snuif uit met Sliete Annys als die er ook kwam bijzitten. Grootmoeder was altijd in het zwart gekleed en had een satijnen schort aan op zondag. Als ze vertelde over Konkelaars familieleden van de Debou’s of Elslanders kwamen de pittoreske namen van de  gehuchten ter sprake . Ik moest er altijd om lachen: De Leugenboom, de Pottenbezem, de Balutte, de Lavendee, de Biskophoek en de Mokker natuurlijk.

Over de Elslanders gesproken,de jongste zus van grootmoeder Lucie heette Laura en was getrouwd met een echte Oostendenaar, Gustaaf Arnoudt  die werkte aan de “male” zoals zovelen. Het gezin was nog kunnen vluchten naar Engeland net voor de oorlog uitbrak en als ze terugkwamen zag ik ze vaak in Koekelare. Ik was heel goed bevriend met  hun  dochter Simonne die van mijn leeftijd is.

oscar-cyrielelslander-andre-germain-stael-etienne-lootens-sept-1930

de tweede persoon van links is mijn grootoom Cyriel Elslander bij de brouwerij Lootens

Grootmoeder had ook nog een broer Cyriel Elslander die een bierhandel had in de Rondomstraat te Koekelare en we gingen samen vaak bij hen op bezoek. Hun dochter Mariette nam later met haar man Marcel Derscamps die handel over en nog later hadden ze een busbedrijf  “Roodkapje ” waarmee ze seizoenarbeiders naar Frankrijk voerden en later gehandicapte kinderen  naar scholen zoals naar het Savio instituut in Gits.

De pastoor van Koekelare woonde tegenover de kerk en naast de pastorie lag een heel grote tuin, nu deel geworden van het vergrote marktplein. Het oude kerkhof lag nog naast  de kerk. Van de kerk zelf herinner ik me alleen dat ik naar de “lering” moest waar de onderpastoor meer uitleg gaf over de katholieke godsdienst als voorbereiding op de plechtige communie en het vormsel, maar vreemd genoeg herinner ik me niets meer van.

Fransman Alois

Peetje Koekelare zoals we hem noemden was seizoenswerker geweest in Noord-Frankrijk in de Marne streek. Na de oorlog ging hij met pensioen maar zelfs al van tijdens de  Eerste Wereldoorlog ging hij bieten zetten of in de chicorei ast werken  bij de rijke boeren daar en trok er met een “balluchon”(een bundel bagage)voor een paar maanden naartoe .Hij verbleef in Frankrijk als de oorlog uitbrak maar kon toen niet meer terug. Hij zag zijn eerste kind, mijn moeder, geboren in januari 1915 pas na de oorlog als ze al drie jaar oud was!

Tegenwoordig heeft Koekelare een museum opgericht voor de “Fransmans” waarvan er veel uit Koekelare kwamen, een  streek met veel werkloosheid. Later is er ook een monument opgericht voor hen in de buurt van de kerk. Het nieuwe cultureel centrum heeft  zijn naam gekregen van deze “balluchon”.

Moeders Koekelaarse tijd

Pasfoto van moeder genomen in de Meense Barakken vlak bij de grens (nodig voor hetpaspoort om naar Halluin te kunnen gaan)

Moeder had  lagere school gelopen vlak bij het ouderlijk  huis bij de zusters eind jaren twintig en de klaslerares Zuster Dionysia die ik nog gekend heb als ze op rust was vond het zo jammer dat  ze niet verder mocht studeren, ze werd door  pastoor Degryse een plek beloofd als kindermeisje in het Franse Halluin dicht bij de grens. Als vijftienjarig meisje moest ze er alleen met trein en bus  via Menen naartoe. Daar diende ze bij de rijke tapijtfabrikant Georges Defretin als kindermeisje voor zijn kinderen Bernard ,Gerard en Therese.(3)

) Ze leerde er vloeiend Frans spreken en schrijven, wat  haar later nog goed van pas kwam als winkelbediende in Oostende…

Na een paar jaar kwam ze terug en heeft een tijdje “gediend ” bij de rijke familie Christiaens die een brouwerij uitbaatte (thans museum) Het park is nu openbaar geworden en het herenhuis is nu deel vaan het gemeentehuis.

Ma heeft er niet lang gewerkt, ze vond werk in Oostende zoals zoveel vrouwen uit de streek  maar haar zus Gudula heeft er de hele oorlogstijd gewerkt en ze heeft er veel over verteld.

Georges Debou in de tuin van de brouwersfamilie Christiaens

Gudula Debou in de kaasfabriek van Koekelare

DSC00362

Park van het Huis Christiaens vandaag

Ze was alleen vrij op zondagnamiddag en moest er inslapen ook al woonde ze vlakbij, zelf ‘s avonds laat moest ze nog de pantoffels brengen voor meneer Henri …Ze was er bijna nooit vrij maar gelukkig kon ze voldoende eten krijgen wat in  oorlogstijd niet zo vanzelfsprekend was. De kokkin Marietje waarmee ze bevriend was hield af en toe wat lekkers achter voor haar…

Tram "Kamieltje" in ST Pieterskapelle

Tram “Kamieltje” in ST Pieterskapelle

Brouwerij Christiaens met tweede van links Monsieur henri Christiaens

Brouwerij Christiaens met tweede van links Monsieur Henri Christiaens

Meisjesqsschool bij de hoek van de kerkstraat

Meisjessschool bij de hoek van de kerkstraat

IMG_0749

kerk van Zande

Overgrootvader Charles Debou,  foto in de tuin genomen

huidig binnenzicht kerk Koekelare

Koekelare zuster in de kloosterweide

Grootmoeder Lucie voor haar huis.

6ede7696be84747eaa3295d8770673a1a55c4203498e16edd7c794e2ef5e3163

Katholieke meisjesschool, vooraan de kleuterafdeling

 

DSC00362

Na de oorlog werkte tante Gudula een tijdje in de melkerij en kaasfabriek langs de weg naar Ichtegem waar ze meer regelmatige uren had en meer verdiende. Jammer genoeg stopte de kaasmakerij in de jaren vijftig al en moest tante gaan “doppen” waarbij ze af en toe verplicht was om te gaan werken in het seizoen, bijvoorbeeld aardappelen oogsten of wieden met “de bende”…

Tante Gudula en oom Georges kort voor de oorlog

Vrije Jongenssschool Koekelare

Schoollopen in Koekelare

Mijn broers en zussen liepen ook school in Koekelare. Ik zat op het einde van het schooljaar 1944-45 met mijn broer Manu in de Vrije Jongensschool aan de Moerestraat en  Reimond en Anita kwamen in de kleuterschool terecht en Jeanine in het eerste leerjaar bij de zusters,  ook in de buurt van de kerk.

Koekelare was lang berucht voor zijn schoolstrijd en de gemeenteschool was nog altijd een taboe voor katholieke gezinnen. Grootvader Alois wist ervan mee te spreken want moeder Lucie was “spellewerkster” (kantwerkster) net als haar dochter Gudula. Ze  kochten het garen en leverden de afgewerkte  kant aan een handelaar die bij de liberalen hoorde en dus waren mijn grootouders verplicht hun kinderen naar de gemeenteschool te sturen die veel verder lag dan de vrije scholen dicht bij de deur.

IMG_1547

In het vierde leerjaar naast meester Vanhegen

Ik zat  tot het einde van het schooljaar 1944-45 in het derde leerjaar bij een meester die allesbehalve begrijpend was, en al vlug werd bekend dat ik een zoon was van een zwarte en werd daarom veel gepest. Mijn broer Manu zou het jaar daarop bij die meester zitten. Het volgende schooljaar 1945-1946 zat ik bij meester Vanhegen en dat was een vriendelijke en begrijpende man, ik heb nog een klasfoto bewaard uit dat jaar  waar ik naast hem op de foto sta. Ik leerde erg goed en had een ruime belangstelling. Ik zag een kaart van Afrika hangen met een roze gekleurd blok van Egypte tot Zuid-Afrika, de kolonies van het British Empire, waar ik vele jaren later op reis nog kennis mee zou maken…

We hadden een leesboekje met een tekst over het jaar 2000 , verre toekomst toen, en er werd in beweerd dat we naar Amerika zouden kunnen vliegen, zou dat ooit mogelijk zijn voor mij? Ik heb zolang niet hoeven wachten. In 1971 was het al zover op weg naar Cuba…mijn eerste reis naar de tropen.

In mei 1946 bij de eerste verjaardag van het einde van de wereldoorlog had er een “bevrijdingsstoet “ plaats waar onze klas in een wit uniform in moest marcheren voorbij de notabelen op het  marktplein. Ikzelf in een wit uniform als een “zwarte”, ik wou dat niet en vertelde dat aan vader die ondertussen weer thuis was na anderhalf jaar “pensionaat”. Hij beloofde dat ik ter compensatie mee zou mogen naar de allereerste IJzerbedevaart na de oorlog kort nadat de IJzertoren gedynamiteerd was( 15 maart 1946) .

Ik herinner me ook nog het schoolfeest op het einde van het schooljaar waar we met onze klas een nummertje moesten opvoeren in “Ons huis”  als propaganda voor de katholieke scholen …

De Liberalen hadden ook hun jaarlijks feest, het zogenaamde  Veldfeest bij het kasteel Oosthof en ik ben een paar keer mee geweest met mijn tante en oom die  toen twintigers waren, het was er erg druk en ik voelde me er benauwd,er werd gedanst en als het donker was werd er nog meer gedronken en ging het er soms ruw aan toe.

Een huis gevonden

Huishoudschool Koekelare met op het einde van de straat het hoekhuis waar we gewoond hebben

Toen moeder gevlucht was met de kinderen in mei 1945 verbleven we eerst enkele dagen bij haar ouders en wat later vond ze een huis dichtbij op de hoek van dezelfde Kerkstraat Hoe het huis gevonden werd weet ik niet, het stond in ieder geval leeg en wellicht heeft de onderpastoor die daar vlak bij woonde er voor gezorgd.

Eigenlijk woonde ik daar graag want het was er erg groot en er was een heel grote ommuurde tuin waar we in konden spelen. Soms kregen we zelf gemaakt speelgoed van vader toen nog in St. Kruis en via  moeder meegebracht als ze op bezoek was.  Nonkel Henri die ons in een bakfiets naar Koekelare gevoerd had kwam ons af en toe helpen.

Er was ook een grote zolder waar blijkbaar buurman Annys recht op had om er tabak te drogen, we speelden er soms op .Later kwam er nog een Engelse soldaat inwonen en dat vond moeder erg onaangenaam en maakte haar nog meer nerveus.

In een kamer aan de voorkant van het huis die niet gebruikt werd konden we ook spelen als het koud was en we mochten allerlei kleren van moeder gebruiken om er toneel te spelen…

Ik herinner me nog een paar andere gebeurtenissen  uit die periode zoals de radio die we al tijdens de oorlog hadden en  die mee verhuisd was.  Voor moeder bracht die wat  ontspanning in haar zware leven. Luisterspelen en “De Bonte Dinsdagavondtrein”  waren populaire programma’s uit die dagen en het zorgde voor de eerste landelijke bekendheid van artiesten als Snip & Snap, Bobbejaan Schoepen, en Willy Alberti. In augustus 45 hoorde ik in het nieuws dat er een verschrikkelijke bom gevallen was en dat de oorlog definitief ten einde was. Later vernam ik waar het over ging…

Moeder was er vaak overspannen want vader bleef maar weg.Ze kon het niet meer aan en daardoor had  ik als oudste het vaak  hard te verduren als er iets misging. Gelukkig kwam tante Gudula ons af en toe helpen .Grootmoeder waarschuwde me dat ik braaf moest zijn want moeder kon wel eens heel erg boos worden…

Veel eten was er niet want moeder had geen inkomen meer ,we leefden van de openbare onderstand ,soms kregen we iets heel nieuws  te eten  zoals eierpoeder om omeletten te bakken en “corned beef”. Zo kregen we toch een beetje vlees.

Sinterklaas ’45 zou  ook maar heel weinig meebrengen kondigde moeder aan…

Weer verhuizen!

IMG_3070 (1)

Met broers en zussen voor de serre bij onze grootouders

Na een tijdje moesten we ook daar weg ,wanneer en waarom weet ik niet maar we vonden een huisje in de kloosterboerderij vlakbij…

Het was er erg klein, gelukkig konden we spelen op het erf van die boerderij, we mochten soms mee naar de weide om de koeien in te halen . We kregen wat melk en boter, soms mochten we mee naar de bakkerij van het klooster en kregen  een verse ovenkoek met de rest van het deeg…

IMG_1553

broers en zussen voor het huisje van de kloosterboerderij 1946

Op een keer mocht ik ook mee met moeder op bezoek naar  vader in St Kruis. We namen de tram in Koekelare tot Brugge, een stad  waar ik nog nooit van gehoord had. Toen we later in St. Pieterskapelle woonden hebben we nog vaak de tram genomen naar Leke  waarna we moesten overstappen voor Koekelare. Het liedje “funiculi, funicula een Napolitaans volkslied kreeg een aangepaste vertaling voor de rit Brugge-Leke… ” Koekelare, Leke en daar stopt die lange reke”…

Toen pa eindelijk in februari 1946 terugkwam met die tram uit Brugge hebben we in dat huisje  niet lang meer gewoond en in september 1946 was die Koekelaarse periode voorbij…

IMG_1546

marktplein Koekelare tijdens WOI

Koekelare revisited

Toen ik onlangs  weer terugkwam zag ik wat voor kaalslag ze gemaakt hebben tijdens de  jaren zestig in  Koekelare .Veel van de huizen rond de kerk zijn verdwenen, ook het huis van onze grootouders en de buren nadat ze het eerst hebben   laten verkrotten. Ik heb de indruk dat de kerk er nu heel eenzaam bij staat, het is nog raar dat die is blijven staan! Als ik er woonde waren er naast de pastoor ook twee onderpastoors, nu zijn er geen meer alleen  nog in de federatie…Ook het klooster en het aanpalende Neogothische bejaardenhuis bij de markt is verdwenen. Er werden zelfs subsidies gegeven voor de vernieuwing van “de Platse” rondom de kerk merkte ik op.

Ook de markt ziet er nu heel  anders uit .Gelukkig zijn er nog een paar mooie huizen blijven bestaan zoals dat van de familie Christiaens…

Een nostalgische opwelling? Dat zal wel zijn maar als ik Franse  of Engelse dorpen en stadjes kom zie ik dat de dorpskernen er meestal goed bewaard zijn en aantrekkelijk blijven. Voor mij is Koekelare een deel van zijn ziel verloren …

Noten:

  1. De documentaire “Herinneringen van een Oorlogskind ” die voor een deel handelt over de periode die ik in Koekelare doorbracht wordt vertoond op dinsdag 27 september om 19 uur in Cultuurcentrum “De Balluchon” Moerestraat 19 .
  2. Over Pieter Lanssens is er veel gepubliceerd door de heemkundige kring “de Panhiers” van Koekelare.
  3. Moeder heeft nooit veel verteld over die periode maar met wat recent archiefwerk over Halluin en de bekende textielbarons Defretin heb ik er wat meer over gevonden. Dat zal ik binnenkort in een afzonderlijke bijdrage publiceren.
  4. Meer over onze Koekelaarse roots is te vinden in het boek van Rik Debou “De Koekelaarse tak van de familie Debou”

    img_1556

    Zeldzame foto uit WOI met zicht op herberg “de Kroon” (rechts vooraan) en in het midden de herberg “De hertog van Arend” met de roepsteen voor het huis

    Pieter Debou ,overgrootvader van Alois Debou was brouwer-herbergier en ook eigenaar van de herberg “De Kroon” vlak bij de kerk. Een van zijn zoons, ook een Pieter was herbergier en wagenmaker en eigenaar van de bekende herberg “De Hertog van Arenberg ” Hij zat ook in de gemeenteraad. Zijn zoon Désiré Debou volgde zijn vader op  in de herberg en was ook omroeper (de omroepsteen stond vlak voor zijn herberg)